DUISTERE
MACHTEN

 

 
DEEL VIER - hoofdstuk  16         
 
Inhoud - Sprookje - Vernietiging boerenbestaan - Agro-economische structuur
 
Cargill - Conclusie - Verbeek - Ontwikkelingen - Slot - Bijlagen - Links
 
Bestellen/Downloaden/Reageren - dDH - Duurzaamsite - Landbouwsite - Verder >>
 
 
________    
____
 
 
DEEL VIER  
 
NIEUWE ONTWIKKELINGEN
 
 
In de komende twee hoofdstukken zullen we ons bezig houden met ontwikkelingen in de voedingsmiddelen-technologie en met genetische manipulatie. Het gaat daarbij om de vraag wat deze technieken betekenen voor boeren hier en in de Derde Wereld en voor het eten dat we op ons bord krijgen.

16 - Synthetisch voedsel
agro-giganten breken landbouwprodukten
tot op de molecule af

wantrouwen - voedseltechnologentaal - kunstmatige halffabrikaten - op jacht naar goedkopere 'grondstoffen' - veelkleurig mediageweld - scepsis over functional food
17 - Gentech, het nieuwe breekijzer dat zelf afbrokkelt
Cargill, Monsanto en genetische manipulatie
genetische & taal-manipulatie - natuurlijk en nauwkeurig? - veilig? - minder bestrijdingsmiddelen? - minder honger? - geen verschil? - scheiden niet mogelijk? - samenwerkende giganten - problemen - Monsanto, gentech reus - 's werelds grootste - watertekort biedt 'zakelijke mogelijkheden' - zelfmoordzaden - met dank aan Monsanto - Franse boeren vallen McDonald's aan - tegenvallers - Europees gentech rampenplan
 
 
 
Hoofdstuk 16
 
SYNTHETISCH VOEDSEL  
 
agro-giganten breken landbouwprodukten
tot op de molecule af
 
 
Niet alleen boeren hebben met agro-bedrijven als Cargill te maken, ook consumenten. Want Cargill bewerkt de landbouwprodukten die ze bij de boeren opgekocht heeft tot halffabrikaten voor de voedings(middelen)concerns als Unilever of Nestlé. En deze leveren weer aan de supermarktketens.
Nu kampt de voedingsindustrie met twee problemen die haar broodnodige economische groei bedreigen: ten eerste is de voedingsmarkt praktisch verzadigd 226, omdat de bevolking in het Westen nauwelijks meer toeneemt. Ten tweede koesteren zeer veel consumenten een ernstig wantrouwen tegen de kunstmatige produkten van de voedingsconcerns, zoals kant-en-klare sauzen en maaltijden, candybars en frisdranken, waarin de oorspronkelijke landbouwprodukten niet meer terug te vinden zijn. 227
Om te voorkomen dat steeds meer consumenten steeds vaker grijpen naar onbewerkte landbouwprodukten als groente, fruit, aardappelen, granen, melk en eieren en lichtbewerkte als brood en pasta, roomboter en yoghurt zijn de voedingsconcerns een nieuw offensief gestart. Zij brengen nu allerlei moderne voedingsartikelen op de markt die goed zouden zijn voor de gezondheid en het milieu of goedkoop, of bijzonder smaakvol of handig in het gebruik.
Om die nieuwe hi-tech produkten te kunnen maken schakelt de industrie de meest geavanceerde voedingsmiddelentechnieken in en om ze te verkopen de indringendste reclame-campagnes. Ook halffabrikaten moeten nu aan allerlei speciale eisen voldoen. Om niet achter het net te vissen proberen bedrijven als Cargill hun klanten, de voedingsfirma's, zo goed mogelijk van dienst te zijn. Via nieuwe halffabrikaten helpen zij de voedingsindustrie allerlei zwaar bewerkte, synthetische supermarktartikelen te produceren.
Het karakter van de oorspronkelijke landbouwprodukten is in deze voedingsmiddelen nog verder verloren gegaan. Daardoor zal de vervreemding tussen de consument en de landbouw en de natuur nog verder toenemen.

 
Wantrouwen

"45 procent van de Nederlandse consumenten maakt zich zorgen over de veiligheid van levensmiddelen. 228+ Vooral in kant-en-klaar- en voorverpakte produkten is het vertrouwen uitermate gering." Zo verwoordde het vakblad voor de voedingsmiddelenbranche, vmt (VoedingsMiddelenTechnologie), de belangrijkste conclusie van een recent en groot onderzoek naar consumentenvertrouwen. Slechts 11 procent van de ruim 900 ondervraagden was het eens met de stelling 'Voedingsmiddelen zijn nog nooit zo veilig geweest als vandaag de dag'. De consumenten blijken het meeste vertrouwen te hebben in "alledaagse, verse en droge produkten, zoals brood, koffie en dagverse zuivel." 229

Uit ander onderzoek blijkt dat slechts 50 procent van de Nederlandse consumenten vertrouwen heeft in de nationale overheid als bewaker van de voedselveiligheid. En dat is dan nog veel, want gemiddeld over heel Europa vertrouwt slechts 25 procent van de bevolking op dit punt haar eigen overheid. Slechts 12 procent van de Europeanen heeft vertrouwen in de voedselindustrie. Vice-president-directeur Vigeveno van Unilever spreekt dan ook van een "algemeen wantrouwen van de consument". 230

De voedingsconcerns stellen veel van hun artikelen samen uit halffabrikaten als geur- en kleurloos gemaakte olie, glucosestroop en soja-eiwitvlokken, of ze vullen hun artikelen ermee op. Tenslotte voegen ze nieuwe kleur en smaakstoffen toe. Juist dit kunstmatige karakter roept het wantrouwen van de consument op. Je weet niet wat je eet, want je kan niet zien en proeven van welk landbouwprodukt je voedsel gemaakt is en je hebt geen idee wat er in de fabriek allemaal gebeurd is, welke technieken en hulpstoffen er gebruikt zijn. Ook de informatie op het etiket maakt je niet veel wijzer.
Hoewel de belangstelling van de consument groeit voor weinig bewerkt voedsel, gooit de voedingsindustrie nog meer techniek in de strijd. Nu al maken de concerns gebruik van technieken als filtreren, centrifugeren, sedimenteren, extraheren, kristalliseren, drogen, emulgeren, geleren, extruderen, agglomereren, granuleren en fermenteren. 231+ Sinds vijftien jaar beschikken de voedingsconcerns over membranen om speciale eiwitten te isoleren. 232 Ook zetten de bedrijven enzymen in om suikers, eiwitten en vetten te veranderen. 233
Om nieuwe produkten op de markt te kunnen brengen jagen de voedingsfirma's op nog onbekende enzymen. Zo hebben onderzoekers een speciale werking van transglutaminase ontdekt. Dit enzym blijkt ervoor te kunnen zorgen dat eiwitten zich makkelijker met elkaar verbinden. 'Broodverbeteraar' met transglutaminase geeft een steviger deeg en luchtiger brood. Het deeg is dus makkelijker te verwerken en het brood ziet er aantrekkelijker uit. Deskundigen van TNO-Voeding wijzen er echter op dat "nog onvoldoende duidelijk" is wat de gezondheidseffecten zijn als je gedurende lange tijd resten van dit enzym binnenkrijgt. 234 Andere onderzoekers ontwikkelen nieuwe technieken om ongewenste geur- en smaakstoffen te verwijderen. 235
Kortom: de oorspronkelijke kwaliteit van het landbouwprodukt is voor de voedingsfirma's geen uitgangspunt voor de artikelen die zij op de markt brengen. Integendeel, zij zetten een enorm arsenaal aan technieken in om die landbouwprodukten tot op de molecule af te breken tot geur- en kleurloze 'grondstoffen', om er vervolgens naar eigen goeddunken nieuw voedsel mee samen te stellen en er met allerlei hulpstoffen de geur, kleur, smaak, sappigheid en stevigheid aan te geven die zij wensen. Alsof zij de schepping nog eens over willen doen.

Voedseltechnologen-taal  
 
In het voedingstechnologen-vakblad vmt treffen we het volgende proza aan 236: "Voedingsmiddelen kunnen worden gezien als een combinatie van eiwitten/glycoproteïnen, koolhydraten, vetten, vezels, mineralen en additieven. Uit ervaring is gebleken dat louter de combinatie van deze ingrediënten geen eetbare produkten oplevert. Er moet een specifieke textuur aanwezig zijn die zorgt dat de voedingsmiddelen acceptabel worden en dat ze het mondgevoel, de smaak en beleving geven die consumenten gewend zijn. Dit maakt het samenstellen van produkten uit afzonderlijke ingrediënten erg complex. (..) Door het integreren met cel- en/of weefselmateriaal ontstaat er onder andere een verbetering van de textuur, smaak en sappigheid, die het produkt aantrekkelijker maakt voor de consument. (..) Additioneel kan de textuur van tussenprodukten uiteraard verder worden verbeterd door bewerkingen als textureren, extruderen, lamineren, geleren en spuitvormen van de eiwitmatrix.
Door het optimaliseren van de samenstelling van de grondstoffen en de ontwikkeling van aangepaste of innovatieve 'fabricage'-technieken voor de verwerking van cel- en weefsel-structuren, kunnen nieuwe voedingsmiddelen met een uniek karakter (..) worden geproduceerd."
Via een enorme technische omweg proberen voedseltechnologen dus voedsel te produceren wat lijkt op wat consumenten "gewend" zijn, wat lijkt op het voedsel zoals dat al duizenden jaren vervaardigd wordt. Via al deze technieken kunnen de voedingsfirma's de produktie van voedsel wegtrekken van kleine producenten als bakkers en melkfabrieken. Voor de consument betekent het dat hij steeds meer kunstmatig samengesteld 'synthetisch' voedsel op zijn bord krijgt, geheimzinnig geproduceerd door oncontroleerbare grote concerns.


Kunstmatige halffabrikaten

Wat hebben agro-concerns als Cargill te maken met de produktie van synthetisch voedsel? Deze bedrijven kopen niet alleen landbouwprodukten op van boeren, maar ze verwerken die ook tot halffabrikaten. Ze zijn dus de leveranciers van de voedingsconcerns. Cargill is niet alleen de grootste fabrikant ter wereld van voedingsoliën, maar ook een belangrijke producent van eiwitten en verschillende soorten suikers, de drie basisgrondstoffen van de voedingsindustrie.
De halffabrikaten die Cargill levert worden volstrekt kunstmatig geproduceerd. Als je bij de soja-oliefabriek van Cargill in Amsterdam, de 'crushing', gaat kijken, waan je je in Pernis: glimmende aluminium buizen, afsluiters, reactorvaten en stoomwolken. Om zoveel mogelijk olie uit de sojabonen te halen blijkt het bedrijf het giftige organische oplosmiddel hexaan 237+ te gebruiken. Een schematisch overzicht van het productieproces (zie illustratie) lijkt zo uit een scheikundeboek te komen. 238
Vlak naast de crushing staat een tweede 'chemische fabriek' waar Cargill sojabloem en -eiwitvlokken produceert van verschillende afmetingen. Ook fabriceert het bedrijf hier het zogenaamde TSP (Textured Soy Protein), een vezelachtig produkt met een "vleesachtige structuur". 239
Met behulp van speciale enzymen maakt Cargill uit maïs de suikers dextrose, glucose, fructose en maltose in verschillende kwaliteiten. Ook een fabriek die maïs verwerkt ziet eruit als een olieraffinaderij. 240

Kleurenfoto sojafabriek
Soja-oliefabriek van Cargill in Amsterdam. Je waant je in Pernis.


Foto van document
Schema van Cargills soja-oliefabriek, alsof het uit een scheikundeboek komt. 238

Op jacht naar goedkopere 'grondstoffen'

De voedingsconcerns en hun leveranciers, de agro-giganten, hebben nog een belangrijke drijfveer om allerlei nieuwe technieken te ontwikkelen. Zij willen goedkoper produceren om de consumenten die erg weinig geld uit willen/kunnen geven voor voedsel aan zich te binden en om de winstmarge bij dure merkprodukten nog verder te vergroten. De geijkte middelen zijn schaalvergroting, kostenbesparende technieken en vervanging van (tijdelijk) duurdere halffabrikaten en landbouwprodukten door goedkopere. Zo kan Cargill "door de geëvolueerde techniek" een frituurolie van dubbel-gefractioneerde palmolie op de markt brengen, die een "goedkoper alternatief" is voor olijf- of aardnotenolie. 241
Unilever gebruikt ongeveer tien verschillende plantaardige oliën en vetten voor haar margarines. Afhankelijk van de prijs voegt ze wat meer zonnebloem-, koolzaad- of soja-olie toe. Het bedrijf beschikt over 24 grijze heren, die in drieploegendienst van acht man acht uur lang achter de monitoren en aan de telefoon zitten en alle wereldmarkten voor oliën en vetten in de gaten houden om zo goedkoop mogelijk in te kopen. 242+

Onderzoekers van de Landbouwuniversiteit Wageningen en TNO-Voeding doen proeven met lupine, koolzaad, veldbonen en erwten om traditionele soja-artikelen als tempé, ketjap en tofu te produceren zonder soja. 243

Technieken die vervanging van het ene landbouwprodukt door het andere mogelijk maken drukken vanzelfsprekend de prijs van alle landbouwprodukten die door die technieken inwisselbaar geworden zijn. Want stel dat door een goede oogst de prijs van koolzaad laag staat, dan zullen de concerns meer koolzaad en bijvoorbeeld minder soja inkopen, waardoor ook de prijs van soja omlaag gaat. Dat betekent inkomstenverlies en faillissementen voor sojaboeren.


Veelkleurig mediageweld

Het grote probleem waar de voedingsindustrie mee worstelt is hoe het vertrouwen van de consument terug te winnen, zonder de high-tech weg te verlaten. 'Communicatie' zal dit wonder moeten verrichten. Directeur Jung van EUFIC (European Food Information Council; een samenwerkingsverband van de voedingsindustrie) stelt voor om "samen te werken met opiniemakers, gezondheidsprofessionals, media, opleiders, overheidsinstanties etc. Daarbij wordt wetenschappelijke informatie vertaald in 'consumenten-taal'." 244 Ook Ahold-directeur Schmid denkt in deze richting. Naar zijn idee dienen "voedingsmiddelensector en overheid gezamenlijk communicatiemiddelen te ontwikkelen als brochures, tv-programma's en internet-sites." 245
Of het voedingsbedrijfsleven met veelkleurig mediageweld het consumenten-wantrouwen zal weten te verdoven is nog maar de vraag. Zelfs de krant van het bedrijfsleven Het Financieele Dagblad is sceptisch: "Zeker in tijden van dioxinecrises en gekkekoeien-ziekte is het risico aanwezig dat de consument 'puur natuur' verkiest boven voeding waarmee 'gerommeld' is." 246

Scepsis over functional food  
 
Functional food moet de nieuwe kip met de gouden eieren worden voor de voedingsindustrie. Het gaat om voeding die extra gezond zou zijn, bijvoorbeeld vruchtesap waaraan vitaminen toegevoegd zijn, melk met extra calcium of cholesterolverlagende margarine.
Volgens allerlei wetenschappers kan de industrie haar beloften niet waar maken. 247+ Zo stellen de Wageningse toxicologie hoogleraren Rietjens en Koeman: "Van slechts een zeer klein aantal gezondheidsbevorderende suggesties is ook daadwerkelijk via wetenschappelijk onderzoek de onderbouwing voor de betreffende claim vastgesteld." 248+ Vervolgens waarschuwen zij voor de gezondheidsrisico's van een teveel van de stoffen die de voedingsconcerns juist toevoegen. Tenslotte wijzen zij erop dat waarschijnlijk "het merendeel van de onderzoeksinspanning gericht is op het aantonen en benoemen van gunstige effecten, terwijl het aantonen van ongunstige effecten en mogelijke risico's alleen wordt ingegeven door wettelijke gestelde veiligheidseisen. (..) Anders dan bij geneesmiddelen (wordt) niet onderzocht wat de mogelijke, misschien zeldzame, bijwerkingen zijn bij langdurig gebruik."
De Consumentenbond is niet gelukkig met de 'gezonde' toevoegingen aan het eten. Voedingsdeskundige Van den Boogaard: "Mensen die gewoon gezond eten hebben geen verrijkt eten nodig. En het effect kan zijn dat mensen denken: ik koop dit met extra vitamines, dan kan ik verder ongezond eten. (..) Dan is de uitwerking dus wel negatief." 249 De Volkskrant is sceptisch. Zo schrijft dit dagblad in een artikeltje over een genetisch gemanipuleerde tomaat die in Wageningen ontwikkeld is en "zeventig keer beter tegen hartziekten" zou zijn 250: "Ook is het de vraag of consumenten zitten te wachten op genetisch gemodificeerde tomaten." 251+
Het Financieele Dagblad, dat we toch moeilijk kunnen verdenken van links-radicale sympathieën, is bijna cynisch: "Het zijn (..) de marges die onweerstaanbaar lonken. Melk verrijkt met calcium is 1,5 keer zo duur als gewone melk, en dat terwijl de produktie eenvoudig is en er nauwelijks geld in research is gestoken. Een pakje cholesterolverlagende Benecol kost al gauw f 8,- waar normale margarine voor f 2,50 over de toonbank gaat. (..) De vraag is of de consument eraan wil of de buik vol heeft van 'verbeterd' voedsel. (..) De 'light'-vetarmhype is al weer ten einde." 252

 
*          *           *

Verder naar het volgende hoofdstuk >>
<< Terug naar het begin van dit hoofdstuk.
 
*          *           *
 
 
NOTEN
226. Datamonitor rapport: European Neutraceuticals 1998; Datamonitor Europe; Londen, 1998. Geciteerd in: 'Ingrediënten voor functional foods; wel of geen effect?'; G. van Poppel; vmt (=Voedingsmiddelentechnologie); 2 september 1999; pag. 16. terug
227. 'Communicatie moet vertrouwen consument herstellen'; C.R.S. Grijspaardt-Vink; vmt; 18 november 1999; pag. 54 e.v. terug
228+. Dit wantrouwen is op zijn plaats, want lang niet al het voedsel is veilig. Jacob van Klaveren van het Rijks-kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwprodukten (RIKILT): "Nog steeds zijn er produkten of landen die onterecht schoon lijken, omdat je datgene wat je niet meet ook niet zult vinden. (..) Ook komt er steeds meer wetenschappelijke ondersteuning voor het feit dat kinderen veel gevoeliger zijn voor contaminanten (vervuilende stoffen die in eten of drinken kunnen voorkomen - jps). Hun lever, hersenbarrière en immuunsysteem werken nog niet optimaal en ze eten veel meer per kilo lichaamsgewicht. Daarom gaan er stemmen in de VS op om voor kinderen een extra veiligheidsfactor tien voor residunormen (maximaal percentage van een giftige stof - jps) vast te stellen.
(.. ) De hormonenmaffia (weet) steeds weer nieuwe werkzame stoffen te vinden en bestaande stoffen te maskeren. Dit vraagt van de instituten een continue ontwikkeling van meetmethoden, die steeds meer stoffen tot op molecuulniveau kunnen meten. Het budget is echter te beperkt om alles te kunnen meten." FOOD Management; 10 december 1999; pag. 34 en 35. terug
229. 'Communicatie moet vertrouwen consument herstellen'; C.R.S. Grijspaardt-Vink; vmt; 18 november 1999; pag. 54 e.v. terug
230. Idem. terug
231+. 'Ingrediënten voor de consument van morgen - trends in ingrediënten; deel 1'; A.R. Linneman en W.M.F. Jongen; vmt; 28 januari 1999; pag. 12-14.
'Fermentatie: een krachtig instrument in de keten'; W. Knol en Y. Zhu; vmt; 22 april 1999; pag. 61-64.
= Uit een artikel over Cargill Botlek: "Vroeger werd olie geraffineerd en dat was het. Nu gaan we palmolie afkoelen en dan vormen zich kristallen. We persen de vloeistof door een filter en dan blijft er een vaste fractie achter. Die heet stearine. De liquide (vloeibare - jps) fractie heet oleïne en die kun je nog een keer splitsen of fractioneren. Op den duur houd je hele fijne olie over, zogeheten superoleïne. In plaats van één soort geraffineerde palmolie kunnen we nu op basis van de specificatie van de klant een reeks kwaliteiten aanbieden." Cargill Koerier; maart 1999; pag. 7. terug
232. 'Ingrediënten voor de consument van morgen - trends in ingrediënten; deel 1'; A.R. Linneman en W.M.F. Jongen; vmt; 28 januari 1999; pag. 12-14. terug
233. Idem.
'Maltodextrinen op maat'; A.G.W. Janssen; vmt; 21 oktober 1999; pag. 52. terug
234. 'Transglutaminase, de grote 'eiwitverknoper'; G. Wijngaards e.a.; vmt; 7 oktober 1999; pag. 87-90. terug
235. 'Dubbele emulsies controleren afgifte voedingscomponenten'; B.M. van der Horst en H.C. Langelaan; vmt; 18 november 1999; pag. 10-16. terug
236. 'Van 'cell factory' via 'food factory' naar 'cell-structured foods'; J.C. Paardekooper e.a.; vmt; 31 oktober 1996; pag. 24-27. terug
237+. 'Zilveren sojaboon'; in Cargill Koerier; maart 1993; pag. 4.
Hoe gevaarlijk zijn milieugevaarlijke stoffen? ; J.W. Copius Peereboom en L. Reijnders; Boom; Meppel 1989; pag. 45, 48, 49.
= Ook bij de verwerking van zonnebloempitten wordt hexaan gebruikt om zoveel mogelijk olie uit de pitten te halen. "De nieuwe D.T. (Desolventiser Toaster) doet het goed. Het is een groot apparaat waarin het met hexaan doordrenkte zonnebloemmeel van dit oplosmiddel wordt ontdaan middels warmte en open stoom." 'Sunflower berichten - notities van Cargill's Multiseed locatie in Amsterdam'; Cargill Koerier; maart 1999; pag. 3. terug
238. Informatieboekje Open dag, lokatie Coenhaven; Cargill, 1989. terug
239. Idem. terug
240. Invisible Giant - Cargill and its Transnational Strategies; Brewster Kneen; Pluto Press; Londen, 1995; pag. 18-22. terug
241. 'De opmars van frituurolie'; Cargill Koerier; september 1996; terZake, pag. 4. terug
242+. "Guido Ruivenkamp van de Werkgroep Technologie en Agrarische Ontwikkeling van de Landbouwuniversiteit in Wageningen: 'Door biotechnologie worden oliehoudende gewassen in toenemende mate onderling uitwisselbaar. (..) Het lukt biochemici en microbiologen steeds beter om met enzymtechnologie en microbiologie de vetzuren naar eigen believen te veranderen en te scheiden.' Hierdoor vervagen de grenzen tussen olieprodukten in rap tempo. Zo hoeft een Europese margarinefabrikant niet per se kokosolie meer te kopen als hij lauric nodig heeft. Raapzaadolie met een hoog lauric-gehalte is nu aantrekkelijker wegens EU-subsidies en lagere transportkosten." Internationale Samenwerking; april 1995. terug
243. 'Fermentatie: een krachtig instrument in de keten'; W. Knol en Y. Zhu; vmt; 22 april 1999; pag. 61-64. terug
244. 'Communicatie moet vertrouwen consument herstellen'; C.R.S. Grijspaardt-Vink; vmt; 18 november 1999; pag. 57. terug
245. Idem; pag. 58. terug
246. 'Functionele voeding: nieuwe pep voor industrie'; Het Financieele Dagblad; 7 oktober 1999. terug
247+. Er zijn "yoghurts te koop met speciale bacteriën zoals in Mona Fysiq. Deze micro-organismen nemen cholesterol in het celmateriaal op, wat het gehalte ervan in het bloed enkele procenten verlaagt, blijkt uit onderzoek van Mona. Maar uit een recente studie van Wageningse onderzoekers blijkt dat die claim niet hard te maken is." de Volkskrant; 24 december 1999. terug
248+. 'Gezondheid is niet te koop'; I.M.C.M. Rietjens en J.H. Koeman; vmt; 2 september 1999; pag. 61-64.
= Ook de Wageningse hoogleraar humane voeding Kok en onderzoeker Van Poppel van TNO-Voeding zijn zeer sceptisch. "Kok: 'Wanneer de industrie met functional foods komt, zullen zij hun claims hard moeten onderbouwen en het is nog maar de vraag of zij dat bij alle functional foods kunnen.' (..) Van Popel (..) meent dat het claimen van een gezondheidsbevorderende werking van voedingsmiddelen vooralsnog een moeilijk probleem is." 'Smakelijk eten' of 'Op uw gezondheid'?'; Eyes on Food; 1999, nummer 2. terug
249. 'Toevoegingen aan eten duur en onnodig'; Trouw; 16 januari 1998. terug
250. 'Transgene tomaat zeventig keer beter tegen hartziekten'; de Volkskrant; 9 oktober 1999. terug
251+. Voormalig cardioloog Arend Jan Dunning: "Maar net als met financiële rijkdom geldt: hoe meer de mens heeft, hoe groter de angst voor armoede. Het streven naar jong, gebruind en slank neemt daardoor karikaturale vormen aan. De beste manier om gezond oud te worden is heel simpel: veel bewegen en matig drinken en eten. Een sober leven dus. Maar dat is natuurlijk niet wat de meeste mensen willen. Daarom nemen ze hun toevlucht tot vitaminepreparaten en cholesterolverlagende middelen. De gemiddelde Nederlander krijgt al te veel binnen, en voegt daar vervolgens nog eens van alles aan toe. Volkomen overbodig. Maar in zijn streven naar een gezond en lang leven luistert hij liever naar reclamemakers dan naar de dokter." FNV Magazine; december 1999; pag. 21. terug
252. 'Functionele voeding: nieuwe pep voor industrie'; Het Financieele Dagblad; 7 oktober 1999. terug
 
*          *           *

Verder naar het volgende hoofdstuk >>
<< Terug naar het begin van dit hoofdstuk.
 
 
 


_
___