Land en Stad - Maandblad
  april 2003
Boeken - Archief - Publikatielijst - Landbouwsite - Duurzaamsite - dDH - Links - Verder >>  
 
________    
____
 
OVERZICHT APRIL
  • De nieuwe boerenlandbouw groeit als kool
    het wordt nu tijd om te kiezen
    'LNV opheffen' - WTO en Oost-Europa - schaduwkant - zuinig boeren - conclusie - biologisch en tegelijk grootschalig - herintroductie oude tarwerassen - duinboeren - ijsboerderij - kleine boeren in Amerika - bronnen
     
  • Rembrandt I
    tekeningen en etsen van Rembrandt en zijn leerlingen
     
  • Rembrandt II
    meer tekeningen en etsen
     
  • Rembrandt III
    nog meer tekeningen en etsen

     
     
    *          *           *

     
    DE NIEUWE BOERENLANDBOUW GROEIT ALS KOOL  
     
    het wordt nu tijd om te kiezen
     
     
    'LNV opheffen' - WTO en Oost-Europa - schaduwkant - zuinig boeren - conclusie - biologisch en tegelijk grootschalig - herintroductie oude tarwerassen - duinboeren - ijsboerderij - kleine boeren in Amerika - bronnen
     
    Waar vind je ze nog, boeren die niet denken in termen van specialiseren, groter, meer, enorme leningen en hightech? Boeren die plezier hebben in de natuur op hun land, die trots zijn op het oude landschap, die de streekproducten in ere houden en allerlei soorten dieren hebben rondlopen? Overal in Europa en ook in ons land! Dat blijkt uit een uitgebreid Europees onderzoek. Overal nemen boerengezinnen van middelgrote bedrijven de meest uiteenlopende initiatieven. Zelfs in ons eigen land, toch het land van de intensieve veeteelt en de ver doorgevoerde techniek, zit nog maar een zesde van de boeren op de lijn van grootschalig produceren voor grote afnemers. Op dit moment ontwikkelt zich een landbouw waarbij niet de bank, de grote concerns of de overheidsinstituten de belangrijkste beslissingen nemen, maar de boerengezinnen zelf. De boerenlandbouw leeft op, maar in een nieuw jasje. Vroeger waren stad en platteland twee verschillende werelden en had de burger te eten, wat de boer produceerde. Tegenwoordig heeft een boereninitiatief pas succes, als het ontstaat in nauw contact met de burger die verlangt naar lekker en gezond voedsel, naar de rust van het platteland, het fraaie landschap en contact met dieren.
    Deze gunstige ontwikkeling dreigt in het slop te raken door te lage prijzen voor landbouwproducten ten gevolge van de liberalisering, door teveel bureaucratie en door een te oppervlakkige belangstelling van het grote publiek. Boeren geven nooit gauw op. Maar hoe lang kan je roofbouw plegen op jezelf? Het is nú de tijd voor overheidsinstituten, grote landbouworganisaties en burgers om volmondig te kiezen voor boerenlandbouw. De boerengezinnen hebben al een indrukwekkend begin gemaakt; zij hébben al gekozen.

     
     
    De Nederlandse landbouw is zwaar ziek en tegelijkertijd bruist zij van leven. Jaarlijks verdwijnen er duizenden boerenbedrijven, van veel boerengezinnen zijn de inkomsten ver beneden peil en de landbouwprijzen lijken de komende jaren nog verder te dalen. Aan de andere kant bloeien boereninitiatieven op, als nooit tevoren. Als je de hobbyboeren niet meerekent onderneemt maar liefst 40 procent 1+ van de boerengezinnen iets bijzonders om op de boerderij extra geld te verdienen.
    Dat kan van alles zijn, bijvoorbeeld biologische of streekgewassen telen, zelf kaas maken of groenten wassen en snijden, een winkel aan de boerderij exploiteren of een bezorgservice opzetten. Dit valt in het landbouwvernieuwings- jargon onder 'verdieping': iets 'meer' doen met voedselgewassen. Andere boerengezinnen, die ook onder die 40 procent vallen, zoeken het in 'verbreding'. Dat wil zeggen: naast voedselproductie iets ondernemen wat verbonden is met het boerenleven, zoals: natuur beheren 2+, zwakbegaafden of overspannen mensen mee laten werken, een manege runnen, water beheren en windenergie opwekken. Weer andere doen aan 'herfundering'; daarbij gaat het om andere inkomsten, bijvoorbeeld: nieuwe vormen van kostenverlaging (54 procent), werk zoeken buiten de boerderij (32 procent), verbouwen van non-foodgewassen (denk aan vlas of hennep), bomen aanplanten, of de bestaande gebouwen gebruiken voor iets heel anders 3+. Nog slechts 16 procent van de professionele landbouwbedrijven is helemaal gericht op puur voedselproductie met zoveel mogelijk techniek voor de grote afnemers.
    Al deze nieuwe initiatieven brengen leven in de brouwerij en maken het platteland fleuriger. Niet voor niets is de titel van een onlangs verschenen boek, dat alle nieuwe ontwikkelingen op een rijtje zet: 'Kleurrijk Platteland'.
     
     
    'LNV opheffen'
     
    Maar als er nu zoveel prachtige ontwikkelingen plaatsvinden, waarom verdwijnen er dan zoveel bedrijven en heerst er zoveel armoede en zijn zoveel boeren kwaad op het landbouwministerie? Jan Douwe van der Ploeg, al ruim tien jaar hoogleraar rurale sociologie aan de landbouwuniversiteit van Wageningen en redacteur van het zojuist genoemde boek: "Het ministerie van Landbouw is eerder een blok aan het been voor de boeren, een traag ambtelijk instituut dat voortdurend op de rem trapt en weinig anders doet dan wat het altijd deed: de export bevorderen en zeker stellen. Daar hebben ze in een streek als de Gelderse Achterhoek helemaal niks aan. De rem op vernieuwing komt ook tot uitdrukking in het feit dat Nederland en Groot-Brittannië de enige landen in Europa zijn zonder regelingen om jonge boeren op gang te helpen, terwijl die daar al jaren om vragen 4." "52 procent van de Nederlandse boeren ervaart de eigen overheid als een obstakel. Dat is een van de hoogste scores in Europa. In Nederland voltrekt zich een belangrijk proces van vernieuwing - er ontstaat een nieuwe landbouw. Datzelfde proces voltrekt zich echter vooral als een strijd tegen de overheid. De overheid blokkeert meer dan ze stimuleert. (..) Nieuwe markten en nieuwe verbindingen moeten mogelijk gemaakt worden door nieuwe aangepaste regelgeving en een bijbehorende regievoering. Die ontbreken nu al te zeer 5."
    Collega-onderzoekers uit Wageningen zijn het met Van der Ploeg eens: "Individuele boeren slagen erin nieuwe bronnen van meer stedelijke inkomsten te genereren en hun markt te verbreden. Zij worden daarin enthousiast tegengewerkt door de overheid. Een vergunning voor een vergaderruimte of een restaurant aan de boerderij is niet te krijgen 6." De Rabobank constateert dat "gebrek aan langjarige zekerheid over de vergoedingen 7" een van de knelpunten voor het agrarisch natuurbeheer is.
    Ook Joop de Koeijer, akkerbouwer uit Zeeland en voormalig voorzitter van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond, is ontevreden. Hij is al jarenlang actief bij de Zeeuwse Vlegel, die allerlei streekproducten op de markt brengt. "Het ministerie heeft er nooit ene moer aan gedaan aan de Zeeuwse Vlegel of zoiets. Niks, nul. Van het kastje naar de muur gestuurd, jarenlang. Zo kent de Europese Unie bijvoorbeeld een stimuleringsregelingetje voor extensivering van de productie. Nederland past die regeling niet toe, want 'dat is niet de ontwikkelingsrichting van de Nederlandse landbouw'. En daarom valt de Zeeuwse Vlegel buiten de boot 8."
     
    Over de provincie is De Koeijer wel te spreken. Zonder moeilijk te doen stelde de landbouwgedeputeerde geld ter beschikking om drie jaar lang iemand aan te stellen om de bakkers over te halen Zeeuwse tarwe af te nemen en er Zeeuwse Vlegelbrood van te bakken.
    Van der Ploeg: "De Nederlandse provincies pakken die plattelandsontwikkelingstaak volop aan. Ze voeren radicale vernieuwingen door. In Gelderland bijvoorbeeld worden initiatieven tot één grote pot gecombineerd en komt er voor boeren één loket. Men zet zich honderd procent in voor de plattelandsontwikkeling. Dat is ook heel begrijpelijk. Den Haag houdt zich vooral bezig met de exportpositie van de Nederlandse landbouwproducten. Waar ze vandaan komen interesseert ze niet. Voor provincies daarentegen speelt de economische en sociale positie van het platteland mee. Voor LNV zijn dat non- issues 9." Van der Ploeg komt met een verrassende oplossing: "Gebruik het Italiaanse model maar. In Italië is het ministerie van Landbouw de facto opgeheven. Het is niet meer dan een soort brievenbus voor het tweewegverkeer tussen Brussel en de Italiaanse regio's. Dan kunnen we LNV net zo goed opheffen. Daar wordt al wel over gediscussieerd, maar dan gaat het over het verdelen van LNV over verschillende departementen. Dat is een schijndiscussie. Verdeel LNV over de provincies en de gewesten 10."
    Ida Terluin, onderzoekster bij het Landbouw Economisch Instituut, die onlangs het Europese plattelandsbeleid onder de loep nam, valt Van der Ploeg bij: "Europese plattelandsgelden worden niet gericht genoeg ingezet. (..) In Den Haag wil men nog teveel nationaal regelen. Om het plattelandsgeld beter te laten aansluiten op regionale behoeftes, zullen de ministeries bevoegdheden moeten gaan overlaten aan regionale overheden. Die hebben beter zicht op wat er werkelijk in hun gebied speelt 10a."
     
    Over het beleid van de Europese Unie voor plattelandsontwikkeling is Van de Ploeg enthousiast. "Op Europees niveau zie je momenteel een omslag van de klassieke landbouwpolitiek naar een nieuw plattelandsbeleid. De verhouding tussen beide peilers gaat de komende jaren drastisch veranderen. (..) We moeten dringend onze blik richten op Europa. (..) De Europese middelen zijn er 11." Uit het al eerder genoemde onderzoek blijkt dat 63 procent van de Nederlandse boeren vindt dat de Europese Unie een "positieve en stimulerende rol" speelt.
    Voor de agro-concerns heeft Van der Ploeg geen goed woord over. "Een remmende factor is de enorm sterke lobby van de agro-industrie die bij uitstek behoudend is. Ik praat over de grote coöperaties, de zuivelbaronnen. Die vertonen de klassieke kortzichtigheid van de Hollandse koopman 12."
     
     
    WTO en Oost-Europa
     
    Wat zal de nabije toekomst de nieuwe landbouw brengen? Van der Ploeg: "Land- en tuinbouw worden aan de ene kant geconfronteerd met prijsdalingen en aan de andere kant met kostenstijgingen. Gangbare bedrijven moeten concurreren met boeren in andere landen, waar grond, arbeid en quota goedkoper zijn en de milieuregels minder streng. Juist de 'veelzijdige' landbouw weet een nieuw concurrerend vermogen op te bouwen: door dezelfde hulpbronnen te benutten voor de productie van méér producten en diensten, die bovendien op andere, veelal regionale markten worden afgezet. Ook al worden deze bedrijven met dezelfde kostenstijgingen en prijsdalingen geconfronteerd, dan nog beschikken ze over meer buffer.
    Overigens wil het voorgaande niet zeggen dat de nieuwe, multifunctionele landbouw hét antwoord is op forse en abrupte prijsdalingen. Verdergaande liberalisering die gepaard gaat met fikse prijsdalingen treft ook het hart van de vernieuwende bedrijven. Wie pleit voor multifunctionele land- en tuinbouwbedrijven kan niet langs de achterkant diezelfde bedrijven onderuit halen 13."
    Over de uitbreiding van de Europese Unie zegt de landbouwprofessor: "De grote zuivelbedrijven bouwen (..) al grote fabrieken in Oost-Europa. Het gevaar is dat de bulkproductie straks in Oost-Europa plaatsvindt en dat Nederland de kwaliteitsproducten haalt uit Frankrijk, Italië en delen van Duitsland. En wij zijn dan nergens meer. Dit is een groot gevaar dat ons boven het hoofd hangt. Het is dan ook van het grootste belang dat we hard aankoersen op diversificatie, kwaliteitsproducten en korte productielijnen 14+."
     
     
    Schaduwkant
     
    Akkerbouwer Joop de Koeijer heeft zo zijn reserves bij het enthousiasme over de nieuwe landbouw. "Het is mooi en prachtig om het over vernieuwing te hebben, maar intussen wordt die gebruikt om verslechteringen goed te praten. Dat is letterlijk gebeurd met ons initiatief van de Zeeuwse Vlegel! Landbouwminister Van Aartsen heeft indertijd gezegd: "Het is helemaal niet erg, die liberalisering van de landbouw, want kijk maar wat de Nederlandse landbouw doet, die past zich aan en begint nieuwe dingen. Bijvoorbeeld de Zeeuwse Vlegel." Dat is ernstig verkeerd! Het is misbruik van eigen boereninitiatieven.
    Het oude probleem is dat in de voedselproductie te weinig verdiend wordt. Met de vernieuwing los je dat oude probleem niet op. De Zeeuwse Vlegel was altijd 'hét voorbeeld', we waren 'dé voorlopers' enzovoorts. Maar het is armoe hoor. De Zeeuwse Vlegel is armoe. Dat klopt ergens niet. De met de mond beleden steun van maatschappelijke organisaties wordt nog in onvoldoende mate omgezet in een flinke afname voor een goede prijs."
     
    De Koeijer heeft nog een punt van kritiek: de schaduwkanten van het vernieuwen komen te weinig aan bod. "Er is een boekje over pioniers van het platteland. Ik geloof dat meer dan de helft van de projecten verongelukt is. De verbouw van spelt in Ommen, de pastaverkoop in Groningen. Afijn, ik kan een heel lijstje opnoemen. Er wordt wel een beeld geschetst van wat er allemaal voor verschillends gebeurt, maar over mislukkingen wordt niet gesproken. Ik vind dat niet goed.
    Een van de pijnlijkste voorbeelden, is dat van een Drentse boerenjongen, die met Drents graan was begonnen. Die had tegen zichzelf gezegd: 'Wat ze in Zeeland kunnen, moeten wij in Drenthe ook kunnen'. Maar het project is mislukt, want ze gingen zèlf de bakkers af, en die wilden niets afnemen. Dan zijn wij van de Zeeuwse Vlegel dus verkeerd bezig geweest. We hebben kennelijk de verwachting gewekt dat een boer bij bakkers langs kan gaan en meel verkopen. Maar dat is niet zo. Dat is een vak apart. Wij waren in de gelukkige omstandigheid dat wij van de Provincie drie jaar lang een vertegenwoordiger kregen om dat deel op poten te zetten, het afzetten van het meel 14a+. Want daar waren we al gauw achter: dat gaat niks worden, als je dat allemaal zelf moet doen. Door de valkuilen niet te beschrijven geef je anderen niet de gelegenheid om van jouw moeilijkheden te leren."
     
     
    Zuinig boeren
     
    Bij het Praktijkonderzoek Veehouderij bij Lelystad staan twee melkveebedrijven naast elkaar. Ze ogen volstrekt verschillend. Dat is niet zo verwonderlijk, want de gedachte achter beide bedrijven is totaal anders. Op de eerste boerderij, het zogeheten hightechbedrijf, probeert een boer op zijn eentje met nieuwe technologieën, zoals melkrobots, en een geïsoleerde jongveestal, een standaardinkomen voor één persoon te verdienen. De kosten van de nieuwste technologieën zijn aanzienlijk. Dat houdt in dat de boer 800.000 liter melk moet melken om het beoogde inkomen te halen.
    De andere boerderij is een lagekostenbedrijf. Ook daar werkt één persoon. Hij verdient hetzelfde als zijn buurman. Verder is alles anders. Over de hele linie maakt hij zo min mogelijk kosten en zodoende heeft hij aan 400.000 liter melk al voldoende. Zuinig boeren betekent dat de boer de natuur zo goed mogelijk benut en zo min mogelijk kunstmest of bestrijdingsmiddelen gebruikt, dat de afhankelijkheid van de bank een stuk minder is en dat er veel meer boeren in de streek blijven werken. 54 procent van de boeren is bezig met kostenbesparingen. Boerenstudieclubs helpen daarbij. Slechts 20 procent van de boeren probeert afkalving van het inkomen tegen te gaan door grootschaliger te gaan werken 15.
     
    Daar komt bij dat nieuwe en kostbare technieken voor vervelende verrassingen kunnen zorgen. Zo raakten afgelopen jaar tientallen melkveehouders zwaar in de problemen door financiële narigheid bij melkrobotfabrikant Prolion. Het Agrarisch Dagblad: "Dochterbedrijven die het onderhoud moeten verzorgen van de gevoelige en vaak haperende apparatuur gaan failliet of verkeren in uitstel van betaling. De vervangende onderhoudscontracten blijken veel duurder. (..) In binnen- en buitenland stoppen veehouders met de robot. (..) Robots worden voor een habbekrats van de hand gedaan. (..) De negatieve ervaringen zijn een streep door de rekening van deze belangrijke innovatie in de melkveehouderij. De melkrobot die tien jaar geleden zijn intrede deed op melkveebedrijven, leek een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan de noodzakelijke schaalvergroting en kostenbeheersing. Maar de techniek neemt niet de grote vlucht die de fabrikanten begin jaren negentig koesterden. Er werden voorspellingen gedaan dat de robot in 2010 op vijftig procent van de melkveebedrijven zou staan; op de laatste LandbouwRai werden percentages van tien tot vijftien genoemd 15a."

     
    Conclusie
     
    Het is een prachtig teken van vitaliteit dat er zoveel fraaie boereninitiatieven in ons land zijn. En het is hoopvol voor de boerenlandbouw dat deze initiatieven zoveel waardering oogsten. Maar laten we ons niet te snel rijk rekenen. In de praktijk blijken de vernieuwende boeren, ook na de drukke beginjaren, veel te veel werk te moeten verzetten voor veel te weinig geld en veel te veel risico te lopen. De afnemer, of dit nu de overheid is (voor bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer) of het grootwinkelbedrijf (voor bijvoorbeeld biologische groenten) of de particulier (voor bijvoorbeeld streekproducten), blijkt telkens weer te weinig over te hebben voor dat extra werk en die extra risico's. Bovendien is de medewerking van de Haagse bureaucratie bedroevend. Om uit deze impasse te geraken is er een nog veel intensiever contact met de burgers en een nog veel grotere druk op de overheid noodzakelijk. Een actieve en krachtige boerenorganisatie die onomwonden kiest voor de boerenlandbouw is daarvoor onmisbaar 16+.
     
     
    Biologisch en tegelijk grootschalig
     
    Pas op! Biologische landbouw betekent niet automatisch kleinschalige productie voor de lokale markt met veel zeggenschap voor de boeren. Grote agro- multinationals, voedingsconcerns en supermarktketens hebben vaak een bio-tak. Zo levert het Nederlandse agroconcern Cebeco 'bio-perspulp' als veevoer 17; is het Nederlandse zaadconcern Advanta bezig met speciale zaden voor biodynamische boeren 18; verwerkte de Suiker Unie in 2001 360 hectare biologische bieten 19; kocht de Nederlandse slachterij-gigant Dumeco de biologische slachterij 'De Groene Weg' op 20+; doet het Nederlandse agroconcern Hendrix Meat Group (dochter van Nutreco) in biologisch varkensvlees 21; heeft Campina/Melkunie het biozuivelmerk 'Zuiver Zuivel' en verkochten de supermarkten - Albert Heijn voorop - ruim 40 procent van de biologische producten 22+.
     
    Ook in andere Westerse landen hebben grote firma's vaste voet aan de grond in de biologische sector. De grootste agro- multinational van de wereld, Cargill, sloot eind negentiger jaren al meerjarencontracten met Amerikaanse graanboeren voor de levering van biologische tarwe. Het ging om 51.000 hectare 23! In Frankrijk is de helft van de verkoop van biologische in handen van supermarktketens 24 . In Engeland is dit zelfs 80 procent 25. En in België begon het grootwinkelbedrijf Delhaize in 2001 een supermarkt met uitsluitend biologische producten 26.
     
    Opvallend is dat gerenommeerde instellingen uit de biologische sector grootschaligheid stimuleren en samenwerking met zeer grote concerns opzoeken. Zo verklaart Jos Leeters, directeur van Nautilus, een afzetcoöperatie van 130 biologische tuinders en boeren, trots: "Nautilus is bepalend geweest voor de grootschalige, industriële productie; wij hebben gezorgd voor het openbreken van de exportmarkt 27." Het befaamde antroposofische Louise Bolkinstituut werkt samen met de zaadmultinational Advanta 28. En Platform Biologica, de organisatie van de biologische sector, jubelt in haar nieuwsbrief over een 'doorbraak' in de afzet van biologisch varkensvlees. Onder haar regie zijn 'unieke afspraken' gemaakt tussen biologische varkenshouders, Ahold en vleesgigant Dumeco 29.
     
    De naïviteit die uit dit enthousiasme spreekt is onbegrijpelijk. Iedereen die de landbouwsector kent weet dat grote, machtige concerns zeer goed op de kleintjes letten. Zo concludeert het Landbouw Economisch Instituut naar aanleiding van een recent onderzoek dat "de afzetrisico's binnen de biologische afzetketens niet evenwichtig verdeeld zijn in Nederland. (..) Supermarkten dragen relatief weinig risico's, terwijl primaire bedrijven vaak hun bedrijf riskeren 29a." Platform Biologica kan dan wel spreken van "meerjarige contracten met prijsgarantie en afnameplicht". Maar het gaat slechts om driejaarscontracten. Wat Albert Heijn en Dumeco in 2004 zullen doen, mocht er een overaanbod van biologisch varkensvlees zijn, laat zich raden.
    Kijk bijvoorbeeld eens naar Engeland. Daar meldt de Soil Association, de belangrijkste biologische organisatie, groeiende prijsdruk van de supermarktketens. Krijgt de Nederlandse boer gemiddeld 22 procent van wat de consument aan de kassa betaalt, in Engeland is dat slechts 12,5 procent. De oorzaak van deze extreem slechte beloning is de toegenomen machtspositie van de grote supermarktketens. Waren er vijf jaar geleden nog veel natuurvoedingswinkels, nu verkopen de supermarkten 80 procent van alle biologische producten. De ketens halen maar liefst drie kwart van deze producten uit het buitenland, omdat ze daar goedkoper zijn. Volgens de Soil Association zullen heel wat Britse biologische bedrijven over de kop gaan 30.
     
    Ook blijkt keer op keer dat grote afnemers onbetrouwbaar zijn. Zo had Albert Heijn in 2001 opeens genoeg van scharrelvarkens 31+ en haalde zij al eerder het Zeeuwse Vlegelbrood uit haar assortiment 32. Hema stopte in 1997 al na een jaar met de verkoop van veenweidekaas uit Zuid-Holland en gaf de Coöperatie van Veenweidekaasproducenten daarmee een flinke knauw 33.

     
    Boerencoöperatie Zeeuwse Vlegel herintroduceert
    oude tarwerassen

     
    Sinds bijna twaalf jaar brengt de boerencoöperatie Zeeuwse Vlegel verschillende streekproducten op de markt. Het begon met Zeeuwse Vlegelbrood, waarvan er nu jaarlijks zo'n half miljoen over de toonbank gaan. Ruim 80 procent van de warme bakkers in Zeeland doet mee en het brood ligt ook bij de supermarkten die brood van warme 'Vlegelbakkers' verkopen. Ondertussen is er ook Zeeuwse Vlegel-pannenkoekenmix, - snelkooktarwe en -mosterd. Het idee is dat de verschillende producten met dezelfde naam elkaar versterken.
    Om de juiste tarwesoorten te vinden is er met financiële hulp van de overheid drie jaar lang onderzoek gedaan naar tarwerassen die geschikt graan leveren om brood van te bakken. De tegenwoordig in ons land gangbare tarwerassen leveren bijna uitsluitend veevoer. Ook moesten het rassen zijn die het praktisch zonder bestrijdingsmiddelen 33a+ en kunstmest kunnen stellen. Achttien boeren verbouwen samen vijftig hectare van het speciale graan. Een hectare Zeeuwse Vlegelgraan levert een boer niet meer op dan gewoon graan, maar het geeft hem wel veel meer voldoening. Vandaar dat er een wachtlijst is van wel twintig akkerbouwers. Maar de afzet wil niet echt groeien. De verkoop van Zeeuwse Vlegel bier, wafeltjes en vlees kwam niet goed van de grond. Maar de boeren blijven nieuwe producten proberen 34.

     
    Duinboeren
     
    Natuurbeheer, herstel van oude landschapselementen, maatregelen tegen verdroging, zorgboerderijen, bedrijfsexcursies, vermindering van mineralengebruik, de boeren uit de omgeving van Nationaal Park 'Loonse en Drunense Duinen' pakken alles op. Tien jaar geleden hebben enkelen van hen het Overlegplatform Duinboeren opgericht, om te voorkomen dat de landbouw in het gebied op de tekentafels geschrapt zou worden. Ondertussen hebben zich tweehonderd collega's aangesloten; het platform heeft tientallen projecten uitgevoerd, miljoenen euro's subsidies benut en een eindeloze stroom ambtenaren, collega's en hoogwaardigheidsbekleders rondgeleid en geïnformeerd. Iedereen is enthousiast over wat er tot nog toe bereikt is. Op één punt na: de beloning. Die is veel te karig! Toch gaan de Duinboeren door 35.

     
    IJsboerderij
     
    'T Dommerholt in Borculo in Gelderland is een ijsboerderij. Boer Wilbert Evenhuis en zijn vader Rikus zorgen voor de 45 melkkoeien en 50 stuks jongvee, en voor het maïsland en de weilanden. Boerin Erna Evenhuis maakt jaarlijks zo'n vijf- tot tienduizend liter ijs, afhankelijk van het weer. Uiteraard verwerkt zij eigen melk en room en serveert ze de ijsjes en sorbets op het terras bij de eigen boerderij. Maar verder levert ze ook aan restaurants, hotels, snackbars, verzorgingstehuizen en campings.
    IJsmaken is leuk om te doen, maar vergt een grote inzet, zeker in de beginjaren. Alle werkzaamheden bij elkaar (ook: inkopen doen, boekhouding bijhouden, afnemers zoeken, enzovoort) kosten meer tijd dan Erna en Wilbert hadden gedacht. Bovendien vallen de opbrengsten iets tegen. De markt voor ijsboerderijen blijkt al aardig vol. Vooral de laatste jaren zijn er veel bij gekomen 36+.

     
    Kleine boeren in het grootse Amerika
     
    In de Midden-noordamerikaanse staat Minnesota zijn de laatste jaren tal van coöperaties van kleine boeren ontstaan, die gezamenlijk hun landbouwproducten verwerken en verkopen. Zo is er de 'Apple Crisp Cooperative' van een groep fruitboeren die een traditionele en smakelijke appelsoort kweken. Appels die er minder fraai uitzien verwerken zij tot appelschijfjes voor bakkers, scholen en ziekenhuizen. Ook maken ze appelmoes, die een Minnesota ijsfabriek bijvoorbeeld gebruikt voor haar appelijs.
    Verder is er een coöperatie van zes kleine melkveehouders, waar de koeien altijd buiten grazen. De coöp produceert en verkoopt kaas, boter, melk en ijs. De boeren besloten om een coöperatie op te zetten, omdat ze bang waren in de toekomst hun melk niet meer kwijt te kunnen aan een zuivelfirma omdat ze te klein zijn. De boeren verkopen de producten zelf op een boerenmarkt. Dat kost veel tijd, maar je hebt dan direct contact met je klanten en komt er makkelijk achter wat voor hen belangrijk is. Zij blijken in de eerste plaats de kaas te kopen vanwege de lekkere smaak en omdat deze uit de eigen streek komt. Verder stellen ze het ook op prijs dat de koeien niet opgesloten zitten en dat ze geen antibiotica en groeihormoon krijgen. Maar dat telt voor hen toch iets minder zwaar.
     
    Dan is er nog de 'Prairie Farmers Cooperative' van ruim zeventig kleine varkensboeren. Deze organisatie exploiteert een slachterij en een vleesfabriek die allerlei specialiteiten maakt. De reden om de coöperatie te beginnen was de eis van de slachterijen aan de boeren om veel meer varkens te mesten. Anders wilden ze de beesten niet meer afnemen. Voor heel wat boeren betekende deze eis het einde van het bedrijf. Anderen voelden zich gedwongen tot een grootschalige, industriële aanpak met een grote banklening waar ze niet voor voelen. Of zoals Dennis Timmerman, een van de varkensboeren het uitdrukt: "De boeren nemen hun economische toekomst in eigen hand, omdat ze het zich niet kunnen veroorloven dit niet te doen."
     
    Groepen boeren die erover denken gezamenlijk hun producten te gaan verwerken en lokaal aan de man te brengen, worden met raad en daad terzijde gestaan zowel door de universiteit als door de overheid van Minnesota 37.

     
    Bronnen
    = Kleurrijk Platteland - zicht op een nieuwe land- en tuinbouw; Van Gorcum, in opdracht van Stichting Hart voor het land en LTO; Assen 2002.
    = Atlas van het vernieuwend platteland - 200 voorbeelden uit de praktijk; onder redactie van R. Broekhuizen, L. Klep, H. Oostindie en J.D. van der Ploeg; Misset; Doetinchem, 1997.
    = Moed en ondernemersbloed - 22 inspirerende verhalen van boeren en tuinders die durven vernieuwen; Roodbont; Zutphen, 1994.
    = Slimme streken - 25 pakkende verhalen van inventieve boeren en tuinders over hun streekproduct; Roodbont; Zutphen, 1996.
    = www.aardeboerconsument.nl
    = www.mncountryside.org Heel veel voorbeelden. Aanbevolen!
    = Collaborative Marketing - a roadmap and resource guide for farmers; www.extension.umn.edu Aanbevolen!
     
    Noten
    1+. = Er waren in 2001 globaal 93.000 boerenbedrijven in ons land; daarvan is een kwart een hobbybedrijf, dat wil zeggen een boerenbedrijf waar geld bij moet. Over het algemeen houden hobbyboeren zich minder bezig met landbouwvernieuwing.
    = Als je de verschillende percentages optelt, kom je ver boven de honderd procent. Dat komt omdat 'verbreding/verdieping', 'zuinig boeren' en 'buiten de boerderij werken' elkaar overlappen. terug
    2+. Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) schat dat er ruim honderd agrarische natuurverenigingen zijn met gemiddeld circa honderd leden, waarvan 70 boer. 'LEI ziet groeiende aandacht voor groene diensten' in het Agrarisch Dagblad van 26 juni 2002. terug
    3+. Al deze cijfers zijn gebaseerd op The Socio- Economic Impact of Rural Development Processes; FAIR CT- 4288; Zie Kleurrijk Platteland - zicht op een nieuwe land- en tuinbouw; Van Gorcum, in opdracht van Stichting Hart voor het land en LTO; Assen 2002; pagina 90-102. Het is het verslag van een omvangrijk onderzoek in opdracht van de Europese Commissie. Het omvat zowel een uitgebreide litteratuurstudie als een enquête onder ruim drieduizend boeren in zes EU-landen. terug
    4. 'Boeren maken vernieuwingsslag - Nederlandse boer veel verder in omschakeling naar nieuwe inkomstenbronnen dan gedacht' en 'Boerenpraktijk snelt beleid vooruit'; beide artikelen in Trouw van 12 juni 2002. terug
    5. Kleurrijk Platteland - zicht op een nieuwe land- en tuinbouw; Van Gorcum, in opdracht van Stichting Hart voor het land en LTO; Assen 2002; pagina 101. terug
    6. 'Kansen voor de nieuwe boer liggen in de stad'; Wim Timmermans e.a. in Trouw van 15 juni 2001. terug
    7. 'Rabo wil agrarisch natuurbeheer' in Boerderij van 22 januari 2002. terug
    8. Interview met Joop de Koeijer op 10 januari 2003. terug
    9. 'Jan Douwe van der Ploeg (Universiteit van Wageningen): 'Fout plattelandsbeleid gaat Nederland miljarden kosten'' in Europa van morgen van 4 april 2002; pagina 115. terug
    10. Idem; pagina 116. terug
    10a. "Landbouw heeft geen structuurgeld nodig"; Stef Severt in het Agrarisch Dagblad van 31 januari 2003. 'LEI: EU moet gelden voor platteland gerichter inzetten' in het Agrarisch Dagblad van 31 januari 2003. terug
    11. 'Jan Douwe van der Ploeg (Universiteit van Wageningen): 'Fout plattelandsbeleid gaat Nederland miljarden kosten'' in Europa van morgen van 4 april 2002; pagina 114 en 116. Kleurrijk Platteland - zicht op een nieuwe land- en tuinbouw; Van Gorcum, in opdracht van Stichting Hart voor het land en LTO; Assen 2002; pagina 101. terug
    12. 'Jan Douwe van der Ploeg (Universiteit van Wageningen): 'Fout plattelandsbeleid gaat Nederland miljarden kosten'' in Europa van morgen van 4 april 2002; pagina 116. terug
    13. Kleurrijk Platteland - zicht op een nieuwe land- en tuinbouw; Van Gorcum, in opdracht van Stichting Hart voor het land en LTO; Assen 2002; pagina 97. terug
    14+. = 'Jan Douwe van der Ploeg (Universiteit van Wageningen): 'Fout plattelandsbeleid gaat Nederland miljarden kosten'' in Europa van morgen van 4 april 2002; pagina 116.
    = De Nederlandse zuivelmultinational Friesland Coberco heeft bijvoorbeeld grote belangen in Hongarije. Zo nam zij eind 2001 acht fabrieken van Nutricia Hungary over met een omzet van 180 miljoen euro en een marktaandeel van 25 procent. 'Expansie Friesland Coberco' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; januari 2002; pagina 19. terug
    14a+. De Provincie Zeeland steunde de Zeeuwse Vlegel juist omdat zij samenwerkte met de Zeeuwse Milieufederatie, een provinciale koepel van plaatselijke natuur- en milieugroepen. In die tijd was samenwerking tussen een landbouworganisatie en een milieuclub iets bijzonders; meestal stonden deze tegenover elkaar. In Drenthe waren boeren alleen op pad gegaan. Het laat zien hoe belangrijk het is goede bondgenoten te hebben. terug
    15. Kleurrijk Platteland - zicht op een nieuwe land- en tuinbouw; Van Gorcum, in opdracht van Stichting Hart voor het land en LTO; Assen 2002; pagina 93. Het eerste stuk van dit kader heb ik praktisch letterlijk overgenomen. terug
    15a. 'Robotmelkers dupe van malaise bij Prolion' en 'Haperende melkrobots' in het Agrarisch Dagblad van 1 februari 2003. terug
    16+ = In aanzet is deze organisatie er al: het Platform Aarde, Boer en Consument (ABC-platform), waarin onder andere de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) en de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) georganiseerd zijn. Maar jammer genoeg timmert deze organisatie nog niet erg driftig aan de weg. Zie: www.aardeboerconsument.nl
    = Verder heeft de LTO een vakgroep Biologische Landbouw en sinds kort een vakgroep Verbreding. 'Nieuwe vakgroep erkenning professionalisering neventak' in het Agrarisch Dagblad van 31 januari 2003. terug
    17. Advertentie in Ekoland - onafhankelijk weekblad voor de biologische landbouw van 9 november 2001. terug
    18. Het Financieele Dagblad van 6 juli 1999. terug
    19. 'Meer biologische bieten' in Cosun Magazine van januari 2002; pagina 6. terug
    20+ = "Dumeco wil de grootste van Europa worden' - directievoorzitter Frans Stortelder gebruikt geleend geld voor internationalisering en schaalvergroting' in Boerderij van 11 december 2001.
    = Dumeco (dochter van Nutreco) slacht 40 procent van de varkens in Nederland; 'Dumeco koopt Sturko - grootste varkensslachterij heeft straks 40 procent van de markt' in Boerderij van 27 maart 2001. terug
    21. = 'Derde keten biologisch varkensvlees van start' in Boerderij van 2 januari 2002.
    = 'Nutreco start biologisch varkens- en pluimveevleesproject' in Eko-Monitor van Platform Biologica van december 2001. terug
    22+. = 'Natuurvoedingswinkels slechtste af' in het Agrarisch Dagblad van 24 augustus 2002.
    = De Nederlandse Voedingsmultinational Wessanen bezit Zonnatura (milieuvriendelijke en eko babyvoeding, thee, broodbeleg), Tartex (vegetarische paté) en Natudis (eko-groothandel). Zie: ''Beleggers hebben te weinig geduld voor Transformatie''; Pieter Couwenbergh en Reinier Koops in Het Financieele Dagblad van 21 februari 2003. En: www.wessanen.com
    = Hak, een dochter van de Amerikaanse voedingsgigant Heinz, verkoopt onder druk van een actie van Milieudefensie biologische appelmoes. 'CSM: van toeval tot strategisch beleid'; Pieter Couwenbergh en Pieter Lalkens in Het Financieele Dagblad van 21 februari 2003. En: www.heinz.com terug
    23. Uit een bericht van Midwest Organic Alliance van 14 oktober 1996; persoonlijke mededeling van Brewster Kneen, Cargill-deskundige. terug
    24. 'Sterke stijging biologische producten in Frankrijk' in Meat Business van 3 mei 2002. terug
    25. 'Biologische boeren versus supermarkten' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van januari 2002; pagina 18. terug
    26 'Winkelen in Brussel'; Ria Dubbeldam in Ekoland van september 2001. terug
    27. Kleurrijk Platteland - zicht op een nieuwe land- en tuinbouw; Van Gorcum, in opdracht van Stichting Hart voor het land en LTO; Assen 2002; pagina 56. terug
    28. Het Financieele Dagblad van 6 juli 1999. terug
    29. 'Doorbraak afzet varkensvlees' in Platform Biologica; nieuwsbrief december 2001. terug
    29a. "Supermarkt loopt weinig biologisch afzetrisico" in het Agrarisch Dagblad van 29 januari 2003. De titel van het LEI-rapport is: De dynamiek van de Nederlandse landbouw in relatie tot de marktvraagterug
    30. 'Biologische boeren versus supermarkten' in Berichten Buitenland - nieuwsbrief voor de Nederlandse agribusiness; ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van januari 2002; pagina 21. terug
    31+ Roelfjan Klein Kouwenberg, zaakvoerder van de Coöperatieve Vereniging van Scharrelvarkenshouders: "AH is niet altijd een even betrouwbare partner gebleken als het om afspraken gaat." 'AH dwingt tot biologisch - scharrelsector sceptisch over Albert Heijn als betrouwbare partner' in Boerderij van 11 december 2001. terug
    32. Interview Joop de Koeijer; 10 januari 2003. terug
    33. Vernieuwend werken - sporen van vermogen en onvermogen; Dirk Roep; Wageningen Universiteit; 2000; pagina 159. terug
    33a+. Bij Zeeuws Vlegeltarwe wordt alleen in het begin gespoten, als de tarwe nog in de grond zit. Zodra de groene puntjes te zien zijn, mag dat niet meer. Deze regel is heel makkelijk door iedereen te controleren, omdat je bij bespuiting sporen van de tractor in het graan zal zien. terug
    34. = Atlas van het vernieuwend platteland - 200 voorbeelden uit de praktijk; onder redactie van R. Broekhuizen, L. Klep, H. Oostindie en J.D. van der Ploeg; Misset; Doetinchem, 1997 ; pagina 40,
    = 'Belhamels zien wel brood in graan' uit: Slimme streken - 25 pakkende verhalen van inventieve boeren en tuinders over hun streekproduct; Roodbont; Zutphen, 1996.
    = 'Tien jaar Vlegelbrood niet alleen positief'; Joke Kranenberg in het Agrarisch Dagblad van 18 mei 2001,
    = 'Zeeuwse Vlegel snelkooktarwe is streekproduct met smaak'; Jorg Tönjes in het Agrarisch Dagblad van 8 augustus 2002. terug
    35. 'Brabantse Duinboeren hebben in tien jaar veel bereikt, maar zijn er nog lang niet'; Aart van Cooten in het Agrarisch Dagblad van 31 augustus 2002. terug
    36+. = 'IJs maken pas na enkele jaren winstgevend - leuke maar bewerkelijke tweede tak op de boerderij'; Kristel Kort in Boerderij van 20 maart 2001.
    = Niet alleen de boerenijsmarkt raakt vol, ook naar zorgboerderijen is een beperkte vraag. Op dit moment zijn er 350 van in Nederland. Er zouden er nog 600 bij kunnen, volgens K. Moesker, directeur van het landelijk steunpunt landbouw en zorg. Dat lijkt misschien veel, maar dat is het niet als je dit aantal vergelijkt met de ruwweg 80.000 boerenbedrijven die proberen inkomsten te verwerven buiten het grootschalig produceren voor grote afnemers. 'Nog ruimte voor zeshonderd zorgboerderijen' in het Agrarisch Dagblad van 30 januari 2003. terug
    37. = Renewing the Countryside; www.mncountryside.org Heel veel voorbeelden. Aanbevolen!
    = Collaborative Marketing - a roadmap and resource guide for farmers; www.extension.umn.edu Aanbevolen! terug
     
    *          *           *

    Over enige tijd verschijnt de volgende serie artikelen. Wil je een seintje wanneer deze er zijn, stuur dan een berichtje naar: jpsmit@xs4all.nl
    Reacties naar het zelfde e-mailadres.
     
    Voor een overzicht van alle uitgaven - ook om te downloaden of te bestellen - zie: publikatielijst
     
    *          *           *

    Verder naar Rembrandt >>
    << Terug naar het begin van dit artikel.
    Naar overzicht  april.
     
     


    _
___