[West-Sahara] Links tegen, rechts voor opzeggen, Wilders blij

Frank fwillems op antenna.nl
Di Feb 16 23:51:58 CET 2016


Volgens het Financieel Dagblad hebben de linkse partijen tegen het
opzeggen van het sociale zekerheidsverdrag met Marokko - dat ook in
West-Sahara zou moeten gelden - gestemd.
De Eerste Kamerfracties van SGP, ChristenUnie, VVD, CDA, D66 en PVV
stemden voor de opzegging. De fracties van PvdA, GroenLinks en SP
stemden tegen. De PvdA-fractie steunde dus niet het voorstel van
PvdA-minister Lodewijk Asscher. De fracties van 50PLUS, PvdD en OSF
waren afwezig.
http://fd.nl/economie-politiek/1139832/ook-eerste-kamer-akkoord-met-lagere-uitkeringen-naar-marokko

Geert Wilders scoort weer makkelijk en twittert:
 ‏@geertwilderspvv
1 avondje Senaat: SP tegen kwijtraken Nederlanderschap voor terroristen
ťn tegen opzeggen uitkeringsverdrag Marokko. #totaaldewegkwijt


De CU heeft een waardevolle bijdrage op de website gezet.
Senator Peter Ester: "Toen Marokko na vijf jaar onderhandelen over
modernisering van dit verdrag in de eindfase de eis op tafel legde ook
uitkeringen toe te kennen in de Westelijke Sahara, een de facto door
Marokko bezet gebied, kon de minister weinig anders dan hier niet mee
akkoord gaan. Het eenzijdig opzeggen van een verdrag is geen sinecure,
maar in dit geval wel een logische stap."

https://www.christenunie.nl/k/nl/n8447/news/view/969109/59042/opzeggen-verdrag-met-marokko-logische-stap.html
Lees hier de volledige bijdrage van Peter Ester.

Voorzitter,

De Eerste Kamer nam bijna vier jaar geleden de Wet Woonlandbeginsel in
de sociale zekerheid aan. De ChristenUnie-fractie steunde deze wet. Het
woonlandbeginsel houdt - naar bekend - in dat de hoogte van een
uitkering voor landen buiten de EU wordt afgestemd op het kostenniveau
van het land waar de belanghebbende of het kind woont. Dat leek en lijkt
ons alleszins redelijk en acceptabel. Ik zal onze argumenten hier nu
niet herhalen. We zijn dit stadium in het debat immers gepasseerd.

Toepassing van de Wet Woonlandbeginsel impliceerde aanpassing van
bilaterale sociale zekerheidsverdragen. Ons hoogste rechtscollege
constateerde daarbij dat de wet strijdig is met het verdrag met Marokko.
Onderhandelingen met Marokko - die maar liefst vijf jaar in beslag namen
- leidden evenwel niet tot het gewenste resultaat, het overleg werd
afgebroken en in het licht daarvan verzocht de Tweede Kamer de regering
bij monde van de aangenomen motie  Schut-Welkzijn/Dijkgraaf  een
wetsvoorstel in te dienen om het verdrag met Marokko op te zeggen. De
ChristenUnie-fractie aan de overkant steunde deze motie. Dit
wetsvoorstel, aangenomen door de Tweede Kamer, ligt nu voor.

Voorzitter, het eenzijdig opzeggen van een bilateraal verdrag is geen
geringe kwestie. Een verdrag zeg je niet zo maar op. Zeker niet met een
land waarmee zo vele landgenoten zich verbonden weten. Het gaat daarbij
om een gevoelige materie. Mijn fractie betreurt dat het zover heeft
moeten komen. Een akkoord leek immers binnen bereik, zoals de minister
in zijn brief van 29 september en 23 november vorig jaar nog aangaf. Een
luttel aantal weken later spatte de droom evenwel uiteen, omdat Marokko
plots de aanvullende eis stelde dat de export van sociale
zekerheidsuitkeringen zou moeten worden uitgebreid naar de Westelijke
Sahara. Nederland kon terecht niet aan deze eis voldoen, omdat dit
gebied volgens internationaal recht niet tot het grondgebied van Marokko
behoort en Marokko dus ook niet de bevoegdheid heeft om namens de
Westelijke Sahara verdragsverplichtingen aan te gaan. Het gaat de facto
om bezet gebied. Een onacceptabele eis dus. Ook gezien de uitspraken van
de Verenigde Naties en het Internationaal Gerechtshof over de Westelijke
Sahara. Bovendien werd deze eis ingebracht op een moment dat een akkoord
in het verschiet lag. Ik begrijp uit de uitlatingen van de minister in
de Tweede Kamer dat zelfs de handtekeningen al waren gezet. De
ChristenUnie-fractie kan navoelen dat Nederland de onderhandelingen rond
dit dossier beŽindigde en de weg effende naar opzegging van het
bilaterale verdrag met Marokko.

Voor mijn fractie is bij de weging van het voorliggende
opzeggingsvoorstel cruciaal of het proces naar de aanloop ervan naar
behoren is verlopen. Heeft de regering werkelijk alles gedaan om de
onderhandelingen met de Marokkaanse regering tot een succes te maken?
Dat was ook de reden waarom de ChristenUnie-fractie in de schriftelijke
vragenronde onze regering verzocht om een korte reconstructie van met
name de laatste fase van het onderhandelingsproces, waarin het breekpunt
rond de Westelijke Sahara onverwacht aan Marokkaanse zijde opdook.
Indien we deze reconstructie voegen bij het overzicht van het
onderhandelingsproces, zoals dat is opgenomen in de Nota naar aanleiding
van het verslag van 8 mei 2015, de brief van de minister aan de Tweede
Kamer van 15 december eind vorig jaar en het Verslag van een
schriftelijk overleg van 13 januari jl., dan komt mijn fractie tot de
conclusie dat Nederland de onderhandelingen correct heeft gevoerd. Uit
de reconstructie kan voorts worden afgeleid dat Nederland, ik citeer,
“verzachtende maatregelen en langere overgangstermijnen” heeft geboden.
Kan de minister deze maatregelen en termijnen nader duiden?

Bij dit alles ligt wel de vraag voor of de regering niet eerder signalen
had ontvangen dat Marokko de kaart van de Westelijke Sahara zou spelen.
Was het inderdaad een donderslag bij helder hemel? Hoe heeft Marokko het
zover kunnen laten komen? Ook zij hebben immers geen baat bij opzegging
van het verdrag. Kan de minister hier op ingaan? De regering zag zich
genoodzaakt de onderhandelingen te staken. Impliceert dit dat er geen
enkele rek zat in de opstelling van Marokkaanse zijde en dat er sprake
was van een eindbod? Heeft de regering nog alternatieven overwogen? Ook
hier graag een reactie van de minister.

Voorzitter, mijn fractie is bezorgd over de verdere gang van zaken. Is
de minister nu nog in gesprek is met zijn Marokkaanse collega over de
verdragsopzegging, wellicht via diplomatieke of informele kanalen, of is
er sprake van algehele communicatiestilstand over en weer in dit
dossier? Ziet de minister nog mogelijkheden of ligt het eindspel nu
achter ons? Gaat de periode tussen nu en de uiterlijke opzegdatum van 1
juli a.s. nog op enigerlei wijze benut worden? Deze datum is mede
ingegeven door de mogelijkheid van een raadgevend referendum. Het moet
mijn fractie van het hart dat het ideeŽngoed van het referendum op nu
wel geheel eigen wijze het wetgevingstraject gaat bepalen.

De reikwijdte, voorzitter, van de beoordeling van dit wetsvoorstel gaat
verder dan alleen de kwestie van de Westelijke Sahara. We moeten ook de
geopolitieke dimensie meewegen, de gevolgen van de opzegging van het
verdrag voor onze samenwerking met Marokko op andere gebieden. Ik noem
de controle op fraude met andere socialezekerheidsuitkeringen, de
handelsrelaties, de economische en ontwikkelingssamenwerking, de
vluchtelingenproblematiek en de bestrijding van internationaal
terrorisme. Dat maakt de zaak er niet eenvoudiger op en plaatst ons voor
dilemma’s. Kan de minister de ChristenUnie-fractie schetsen hoe het
kabinet deze finale afweging heeft gemaakt en vooral wat daarbij het
zwaarste woog? Hoe viel de risicoanalyse uit en wat denkt de minister te
doen aan “damage-control” met betrekking tot onze banden met Marokko?

Maar bovenal gaat het in deze fase om de wijze waarop we in dit dossier
omgaan met onze eigen Marokkaanse gemeenschap. Mijn fractie hecht er
zeer aan dat, mocht dit wetsvoorstel worden aangenomen, de regering
helder communiceert met onze Marokkaanse landgenoten over de effecten
van het voorstel voor kinderbijslag, kindgebonden budget en zorgkosten.
Kan de minister mijn fractie toezeggen dat er een serieus
voorlichtingstraject wordt opgezet richting de Marokkaanse gemeenschap?
Dat het gesprek wordt aangegaan? De onzekerheid is, naar blijkt, groot
en goede communicatie en voorlichting is geboden. Deze toezegging is
voor mijn fractie belangrijk voor ons finale oordeel over het wetsvoorstel.

Voorzitter, ter afsluiting nog een vraag over het Associatiebesluit
tussen de EU en Marokko. Een besluit dat nadrukkelijk aan de orde is.
Verwacht de minister nog dit jaar dat het besluit door de Commissie zal
worden voorgelegd aan de Raad? En daarbij uiteraard de vraag of hij
heeft meegekregen of ook hier de Westelijke Sahara een rol speelde in de
besprekingen met Marokko. Maar voor mijn fractie gaat de vraag nog een
stap verder. Stel dat het Associatiebesluit wordt bekrachtigd, overruled
dit dan het voorliggende wetsvoorstel mocht het vanavond door dit Huis
gesteund worden? Indien het antwoord positief is, wat impliceert dit dan
voor onze nationale zelfregie op het terrein van de sociale zekerheid?
Ook waar het gaat om dit parlementair debat vandaag over het opzeggen
door Nederland van het bilateraal verdrag met Marokko?

Mijn fractie ziet uit naar de antwoorden van de minister.



Meer informatie over de West-Sahara maillijst